Mandje

Vintage natuurprenten: waar komen de plaatjes vandaan?

Onze vintage stickers zijn geen nagetekende oude plaatjes, maar uitgeknipte dieren, vruchten en paddenstoelen uit echte natuurhistorische boeken en tekeningen. Hier lees je uit welke, wie ze maakte en wanneer.

Oud, en daarom van iedereen

De platen zijn gemaakt in de 18e, 19e en vroege 20e eeuw. Ze zijn publiek domein: iedereen mag ze gebruiken. De scans komen uit collecties als Naturalis, het Rijksmuseum en de Biodiversity Heritage Library. Per sticker staan maker, jaar en bron in het colofon.

Wij halen het dier of de vrucht van de plaat los, zodat de sticker de vorm van het onderwerp krijgt. Soms verdwijnt daarbij een tak, een schaduw op de grond of een tweede dier dat erbij stond.

Seba's Thesaurus, Amsterdam

Albertus Seba had in Amsterdam een grote verzameling dieren en schelpen, die hij door verschillende tekenaars en graveurs liet vastleggen voor zijn Thesaurus, met handgekleurde gravures. De kameleon, de koraalslang en de pad komen uit het eerste deel (1734), de nautilus, de zee-egel en de zeesterren uit deel 3 (1758).

Vissen van Kawahara Keiga, Japan

Kawahara Keiga schilderde tussen ongeveer 1823 en 1830 vissen, krabben en schildpadden in potlood en waterverf. De aquarellen zijn van Naturalis Biodiversity Center. Wij hebben het papier eromheen weggehaald, zodat alleen het dier overblijft.

Karper en snoek van Bloch, 1785

De karper, de snoek, de paling en de schol komen uit het visboek van Marcus Elieser Bloch, de Allgemeine Naturgeschichte der Fische, met handgekleurde gravures uit 1785.

Vogels en kolibries van Gould en Levaillant

John Gould gaf in de 19e eeuw grote vogelboeken uit met handgekleurde lithografieën, getekend met onder anderen Elizabeth Gould, Edward Lear en Henry Constantine Richter. De kolibries komen uit zijn monografie over kolibries (1849-1861), de ijsvogel en de bijeneter uit The Birds of Europe (1837). De papegaaien schilderde Jacques Barraband rond 1801 voor het papegaaienboek van François Levaillant.

Vlinders van Cramer en Stoll, 1779

De morphovlinder, de atlasvlinder en de vogelvlinders komen uit De uitlandsche kapellen van Pieter Cramer en Caspar Stoll (1779). De goliathkever tekende Dru Drury in 1770, de libel Toussaint de Charpentier in 1840, en het vliegend hert komt uit een keverboek van Edmund Reitter uit 1908, naar een oudere plaat van Rösel von Rosenhof.

Paddenstoelen van Dufour, 1891

Tien van de twaalf paddenstoelen komen uit de Atlas des champignons comestibles et vénéneux van Léon Dufour (Parijs, 1891), een atlas van eetbare en giftige paddenstoelen in kleurendruk. De cantharel en de fluweelboleet zijn van James Sowerby, rond 1795-1815.

Paarden, honden en kippen uit Engelse naslagwerken

De paarden komen uit The Book of the Horse van Samuel Sidney (Cassell, 1880), de honden uit The Illustrated Book of the Dog van Vero Shaw (Cassell, 1881), allebei in kleur gedrukt door Vincent Brooks, Day & Son. De kippen, eenden en ganzen komen uit The Illustrated Book of Poultry van Lewis Wright (1873), de koeien, het varken en de ram uit een boek over Britse huisdierrassen van David Low (1842). Het steigerende paard Whistlejacket schilderde George Stubbs rond 1762.

Katten van Gottfried Mind

De meeste katten tekende Gottfried Mind (1768-1814); zijn werk zit in de Collectie Gugelmann van de Zwitserse Nationale Bibliotheek. De spelende kat schilderde Henriëtte Ronner-Knip, en de zwarte pers en twee andere katten komen uit The Book of the Cat van Frances Simpson (1903).

Fruitaquarellen van het Amerikaanse ministerie van Landbouw

De appel, de peer en de kers komen uit de Pomological Watercolor Collection van het Amerikaanse ministerie van Landbouw, nu bij de National Agricultural Library. Het zijn aquarellen van onder anderen Amanda Almira Newton en Ellen Isham Schutt, geschilderd tussen 1894 en 1919.

Past erbij